Kritische synthese en institutionele implicaties
De academische literatuur toont een aanzienlijke divergentie over de wijze waarop mensenrechtenkaders moeten worden doorvertaald naar de interne rechtssfeer van instellingen voor hoger onderwijs. Waar internationale verdragsbepalingen staten en publieke organen verplichten om fundamentele rechten actief te waarborgen [3], blijkt de feitelijke toepassing van deze normen op niet-ingezeten studenten vaak belemmerd door een te strikt administratieve benadering binnen universitaire bureaucratieën. De theoretische scheidslijn tussen algemene onderwijswetgeving en universele mensenrechten leidt ertoe dat juridische kennis over studentenrechten gefragmenteerd blijft [7]. Klinisch juridisch onderwijs biedt in theorie een krachtig correctiemechanisme om theorie en praktijk te verbinden, waardoor studenten instrumenten aangereikt krijgen om structurele ongelijkheden aan te vechten [2]. De institutionele begrenzing van dergelijke initiatieven en de afhankelijkheid van lokale beleidskeuzes vormen evenwel een substantiële limitering voor universele rechtsbescherming.