Diagnostische vertragingen en lacunes in prescriptiebeleid
De disbalans tussen empirische prescriptiedrang en gerichte antimicrobiële behandeling binnen tertiaire publieke ziekenhuizen vormt een cruciale factor in het accelereren van bacteriële resistentieontwikkeling. Wetenschappelijke observaties tonen aan dat het overgrote deel van de intramuraal toegediende antibiotica valt binnen de zogeheten 'Watch'-categorie van de Wereldgezondheidsorganisatie, wat direct indruist tegen internationale stewardshiprichtlijnen [1], [7]. Deze tendens wordt primair gevoed door een uitgesproken diagnostische onzekerheid bij behandelend artsen, veroorzaakt door vertraagde of ontoereikende microbiologische laboratoriumcapaciteit [2]. Artsen grijpen hierdoor routinematig naar breedspectrummiddelen via parenterale toediening, zonder dat hier een microbiologische kweek aan ten grondslag ligt of dat er sprake is van een tijdige switch naar orale therapie [7]. Hoewel medische professionals het belang van terughoudend prescriptiegedrag en stewardship erkennen, ontbreekt het in publieke instellingen veelal aan formele protocollen, continue auditing en systematische feedbackmechanismen [2]. Hierdoor blijft de therapeutische selectiedruk onverminderd hoog, met als gevolg dat nosocomiale transmissie van multidrug-resistente organismen toeneemt. Een methodologische beperking van de beschikbare literatuur ligt echter in het observationele karakter van de gehanteerde prevalentiestudies, waardoor longitudinale causale verbanden tussen specifieke stewardshipinterventies en resistentiedaling binnen publieke zorgcontexten nog onderbelicht blijven.