2.2 Relatie tussen stelselbekostiging, werkdruk en onderwijskwaliteit
De wisselwerking tussen macro-economische bekostigingsprikkels en de operationele realiteit op de universitaire werkvloer vormt de kern van de acties van WOinActie. Binnen het vigerende verdeelmodel worden instellingen geconfronteerd met een sterke afhankelijkheid van studenteninstroom en diplomarendementen, hetgeen leidt tot een aanhoudende concurrentiestrijd om marktaandeel. Deze dynamiek ondermijnt de opvatting van hoger onderwijs als een stabiele publieke voorziening, doordat financiële allocaties fluctueren op basis van kwantitatieve schommelingen in plaats van maatschappelijke behoeften [3]. Als gevolg hiervan worden universitaire docenten en onderzoekers geconfronteerd met een structurele taakverzwaring, waarbij contractuele kaders achterblijven bij de werkelijke onderwijslast. De grieven van WOinActie richten zich dan ook niet louter op incidentele bezuinigingen, maar op het fundamentele onvermogen van het stelsel om academische kerntaken adequaat te compenseren. Een verschuiving naar bekostiging op basis van integrale kostprijzen kan een noodzakelijke correctie bieden op deze marktconforme sturing [2]. Door publieke waarde centraal te stellen en vaste capaciteitsbekostiging te introduceren, ontstaat ruimte voor duurzame kwaliteitsborging en herstel van institutionele autonomie.