Theoretisch kader van emissiemodellering en systeemtransities
Het theoretisch modelleren van energie- en emissievraagstukken vereist een geïntegreerde benadering waarin zowel techno-economische systeemdynamieken als sociaal-institutionele factoren en bredere externe milieueffecten expliciet worden meegewogen. Binnen traditionele transitieanalyses ligt de primaire nadruk veelal op zuiver techno-economische optimalisatie en lineaire kosten-batenafwegingen, waardoor beleidsrelevante projecties tekortschieten in het representeren van werkelijke maatschappelijke transities. Recent wetenschappelijk onderzoek toont aan dat energie- en emissieprojecties substantieel aan realiteitswaarde winnen door de systematische integratie van sociaalwetenschappelijke theorieën, waarbij sociaal-normatieve determinanten, individuele attituden en institutionele machtsstructuren zoals lobbykracht de adoptiesnelheid van emissiearme technologieën mede bepalen (crossref-10-21203-rs-3-rs-8832559-v2). Door deze institutionele en cognitieve factoren conceptueel en kwantitatief te verbinden met energiesysteemmodellen ontstaat een robuuster fundament voor het evalueren van beleidspaden. Tegelijkertijd benadrukt een brede systemische visie dat de transitie van het Europese energiesysteem niet uitsluitend kan worden gereduceerd tot het kwantificeren van directe broeikasgasuitstoot, maar dat alle negatieve externaliteiten en bredere maatschappelijke randvoorwaarden integraal moeten worden geadresseerd binnen het streven naar een schone en duurzame leefomgeving (5055729). Waar sociaalwetenschappelijke benaderingen zich specifiek toeleggen op het identificeren van gedragsmatige mechanismen en besluitvormingsstructuren om representatiekloven in transitieprojecties te overbruggen (crossref-10-21203-rs-3-rs-8832559-v2), vestigt het systemische transitieperspectief juist de aandacht op de overkoepelende interactie tussen Europese beleidsambities en alle neveneffecten van energie-infrastructuur op het milieu (5055729). Het theoretisch samenbrengen van deze twee invalshoeken overbrugt het hiaat tussen geïsoleerde technologische ramingen en de bredere ecologische en maatschappelijke werkelijkheid waarin energieprojecten gerealiseerd moeten worden.